Programma
Donderdag 5 februari 2026

Biografie
Valery Lemmens is als hoogleraar ‘regio-integrale aanpak van kanker’ verbonden aan het MUMC+, en was daarvoor 10 jaar actief als hoogleraar ‘kankersurveillance’ bij het Erasmus MC. Hij heeft meer dan 20 jaar ervaring in onderzoek naar de kwaliteit en de organisatie van de kankerzorg, en was als bestuurder verbonden aan het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) en van het radiotherapie-instituut Maastro. Hij houdt zich graag bezig met het omzetten van onderzoeksresultaten in voor beleidsmakers relevante informatie die tegelijkertijd voor een breder publiek toegankelijk is, zoals bijvoorbeeld de publicatie ‘Kanker in Nederland 2032’ en de Nederlandse Kankeratlas.
Teaser
De laatste cijfers laten gelukkig zien dat de overleving na een kankerdiagnose in Nederland de afgelopen jaren op populatieniveau verder verbeterd is. Dat is onder andere te danken aan effectievere diagnostiek, betere kwaliteit van de geleverde zorg rondom operaties en de inzet van nieuwe en multidisciplinaire behandelingen. We zien in die vooruitgang echter grote verschillen tussen de verschillende vormen van kanker; niet alle patiëntgroepen lijken evenveel te profiteren. Als het gaat om ‘profiteren’ zou naast een betere prognose ook de kans op behoud van kwaliteit van leven een grote rol moeten spelen in de spreekkamer, maar in hoeverre is dat nu het geval? Hoe gaan we om met de stijging van het aantal oudere mensen met kanker, waarbij de afweging tussen kwaliteit en kwantiteit van leven vaak nog sterker tot uiting komt? En tot slot: kunnen we de oncologische zorg verder verbeteren en tegelijkertijd betaalbaar en voor iedereen toegankelijk houden?
Op de IC wegen we voortdurend de prognose en intensiteit van de behandeling. Patiënten met een hematologische maligniteit zijn in dat opzicht uniek: door de onderliggende ziekte is de behandeling vaak extreem belastend, terwijl de prognose hoogst onzeker is. We weten inmiddels veel over de prognose van deze patiënten bij IC opname. Maar hoe verandert de prognose als orgaanfalen aanhoudt na een dag, een week, of twee weken? Een time-limited trial biedt misschien uitkomst. Na een aantal dagen IC-opname is vast en zeker duidelijker hoe de kansen liggen. Maar weten we aan het eind van een time-limited trial inderdaad meer dan aan het begin? Martijn Otten bespreekt aan de hand van Nederlandse gegevens hoe we rationeel kunnen omgaan met prognostische onzekerheid in deze unieke populatie.
Biografie
Martijn Otten heeft zich voor zijn promotieonderzoek in Amsterdam UMC gericht op complexe klinische vragen en grote hoeveelheden patiëntdata met ICUdata.nl. Hij heeft in het afgelopen jaar twee onderzoeken gepubliceerd naar de dynamische prognose van IC-patiënten met een hematologische maligniteit. Recent is hij begonnen met de opleiding tot anesthesioloog in het Erasmus MC.
Bij het Carrièrecafé is er in een informele setting met ruimte voor gesprek en ontmoeting. Een plek om vragen te stellen over loopbaanontwikkeling, subspecialisatie, onderzoek en toekomstige mogelijkheden binnen de intensive care. We nodigen fellows die op zoek zijn naar een baan van harte uit, net als jonge klaren met goede tips & tricks en intensivisten die op zoek zijn naar jonge, enthousiaste collega’s.
Ook wie zich oriënterend wil laten inspireren of gewoon voor de gezelligheid langskomt, is welkom.
Biografie
Mijn naam is Lisette de Vos en ik werk sinds 2020 als Intensivist in het OLVG waarbij mijn aandachtsgebieden hemodynamiek, ECLS en echo zijn. Mijn presentatie richt zich op het concept preload, waarbij ik mijn collega’s wil meenemen in de actuele inzichten rondom de diagnostiek en behandeling van patiënten met hemodynamische instabiliteit. In de dagelijkse praktijk op de intensive care staan vragen centraal zoals beoordeling van vullingstoestand, de voorspelling van vullingsresponsiviteit en de evaluatie van vocht-tolerantie. Hoewel 25 minuten hiervoor veel te kort is, zet ik graag de belangrijkste mogelijkheden uiteen middels monitoring en echografie met o.a. VExUS.
Biografie
Leon Montenij werkt als intensivist en cardio-anesthesioloog in het Catharina Ziekenhuis Eindhoven. Hij combineert kliniek met wetenschappelijk onderzoek aan de Technische Universiteit Eindhoven en consultancy voor Philips binnen e/MTIC (Eindhoven MedTech Innovation Center). Tijdens zijn opleiding in het UMC Utrecht promoveerde hij op pulse-contour analyse gebaseerde technieken om cardiac output en preload te bepalen en goal-directed therapy.
Om de hemodynamiek van IC patiënten in kaart te brengen, wordt doorgaans onderscheid gemaakt in preload, contractiliteit en afterload. Laatstgenoemde is hierbij vaak het ondergeschoven kind: we volstaan immers met het meten van de bloeddruk, die evenredig is met afterload. Of dekt dit de lading niet? In deze presentatie zal worden ingegaan op het fysiologische concept afterload, de onderlinge afhankelijkheid van preload, contractiliteit en afterload, en ziektebeelden op de IC waarbij afterload een belangrijke rol speelt.
In het kort – wat kunt u verwachten?
- Bij welke patiënten vooral? Welke patiëntprofielen komen in aanmerking — zoals septic shock of patiënten met een hoge catecholaminebehoefte — en hoe herkent u patiënten die het meest zouden kunnen profiteren?
- Hoe pakt u dit praktisch aan? Hoe start je op tijd? Doseringsstrategie, combinatie met noradrenaline en valkuilen in de eerste uren na starten.
- En dan als het weer beter gaat: Wat is de beste afbouwstrategie? Wanneer en hoe vasopressine veilig af te bouwen, inclusief de juiste volgorde ten opzichte van andere vasopressoren.
- Is er risico op rebound-hypotensie? Is dit een issue, en hoe manage je bloeddrukdalingen na het stoppen van vasopressine?
- Wat zijn de belangrijkste take-home messages? Heldere, direct toepasbare adviezen voor gebruik in de dagelijkse klinische praktijk.

Biografie
Monika Kerckhoffs is sinds 2012 als intensivist werkzaam op de IC van het UMC Utrecht. Ze is in 2020 gepromoveerd op besluitvorming op de IC. Ze is naast opleider ook de voorzitter van de GIC.
Annemarie Akkermans is sinds 2023 als anesthesioloog en intensivist werkzaam in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven. Tijdens haar opleiding in het UMC Utrecht is ze gepromoveerd op respiratoir en cardiovasculair management bij cerebrovasculaire interventies. Inmiddels richt ze zich met haar onderzoek op het ontwikkelen van perioperatieve risicomodellen met wearables.

Claudio Sandroni is a professor of Intensive Care at the Catholic University School of Medicine in Rome, Italy. He is responsible for post-cardiac arrest management in a 19-bed Intensive Care Unit at Gemelli University Hospital and conducts research on hypoxic-ischaemic brain injury (HIBI) and post-resuscitation care.
Since 2013, Dr Sandroni has been leading an expert group reviewing evidence on the severity of HIBI. This work informed the 2015, 2021, and 2025 Post-Resuscitation Care Guidelines from the European Society of Intensive Care Medicine (ESICM) and the European Resuscitation Council (ERC).
Within the International Liaison Committee on Resuscitation (ILCOR), Dr Sandroni participates in the continuous evidence evaluation process that ILCOR conducts to disseminate evidence-informed resuscitation science and treatment recommendations worldwide. He serves as a member of the ILCOR Advanced Life Support (ALS) Task Force and the Science Advisory Committee.
Dr Sandroni is the past Chair of the Trauma and Emergency Medicine (TEM) Section of ESICM and a member of the Editorial Board of Resuscitation, the official Journal of ERC. He is a fellow of the ERC and the American Heart Association.
I will focus on the 2025 European Resuscitation Council (ERC) Guidelines, tailored specifically to the role of intensivists in Advanced Life Support (ALS) and Post-Resuscitation Care.
The first lecture will dive deep into ALS, examining advanced interventions such as the latest approaches in airway management, drug therapy, defibrillation strategies, extracorporeal life support, and organ donation. The second session will focus on post-resuscitation care, emphasising the neuroprotection strategies, hemodynamic optimisation, and the importance of early goal-directed therapy to minimise multi-organ dysfunction. I'll also discuss the growing importance of new prognostication tools to achieve a timely personalised management in patients with post-anoxic brain injury.

De keuken van Meddens staat bekend om haar smaakvolle, veelzijdige creaties waar kwaliteit, smaak en presentatie centraal staan. Van mooie visgerechten tot verrassende vegetarische opties: elk bord is met zorg samengesteld. Tijdens het diner is er alle ruimte om op een toegankelijke manier te netwerken, nieuwe gesprekken aan te knopen en bestaande relaties te versterken.
Wil je hierbij aanwezig zijn? Meld je dan aan!
Restaurant Meddens | Kerkstraat 112 | 1211 CS | Hilversum
Vrijdag 6 februari 2026

Tobias van Leijsen is IC-verpleegkundige en Ventilation Practitioner op de intensive care van het Amsterdam UMC, locatie AMC. Met een achtergrond in zowel acute patiëntenzorg als onderzoek richt hij zich op het snijvlak van klinische praktijk, technologie en wetenschappelijke innovatie. Naast zijn klinische werkzaamheden volgt hij de opleiding tot klinisch epidemioloog en is hij als promovendus betrokken bij onderzoek naar geautomatiseerde beademingsstrategieën.
Zijn promotieonderzoek richt zich op automatische beademing met INTELLiVENT-ASV, een geavanceerde closed-loop beademingsmodus die parameters zoals oxygenatie en ventilatie automatisch aanpast op basis van fysiologische feedback. Binnen dit project onderzoekt hij de invloed van deze technologie op de werkbelasting en klinische besluitvorming van IC-verpleegkundigen, evenals de potentiële bijdrage aan patiëntveiligheid en efficiëntie op de intensive care. Tevens richt hij zich op patiënten uitkomsten van automatische beademing zoals patiënt-ventilator asynchronie.
Teaser
Usability van INTELLiVENT–ASV versus conventionele beademing: gebruikersacceptatie in de praktijk
Automatisering binnen de mechanische beademing ontwikkelt zich snel en biedt kansen om veilige en efficiënte zorg te leveren, met name bij een hoge werkdruk op de IC. INTELLiVENT–Adaptive Support Ventilation (ASV) is een geavanceerde closed-loop beademingsmodus die automatisch ventilatie- en oxygenatie-instellingen aanpast op basis van fysiologische parameters van de patiënt. Hoewel eerdere studies laten zien dat iASV veilige en longprotectieve beademing ondersteunt, is minder bekend hoe deze automatische modus wordt ervaren door de eindgebruikers aan het bed. In aansluiting op de ACTiVE-studie presenteer ik de resultaten van een onderzoek naar de usability en gebruikersacceptatie van iASV in vergelijking met conventionele beademingsmodi (P-CMV/P-CSV). De evaluatie omvat zowel kwantitatieve metingen, gebaseerd op gevalideerde instrumenten zoals de Technology Acceptance Model 2 (TAM-2) en de System Usability Scale (SUS), als kwalitatieve interviews die thematisch zijn geanalyseerd. Deze gecombineerde aanpak biedt diepgaand inzicht in ervaren voordelen, zoals werkdrukverlaging en gebruiksgemak, maar ook in mogelijke barrières, waaronder het ‘black box’-gevoel bij automatische systemen.
Ontwennen met tracheostoma. Van evidence via richtlijnen naar een betere toekomst.
Biografie
Evert-Jan Wils, intensivist in het Franciscus Rotterdam neemt u mee in de kennishiaten in de zorg voor patiënten die een tracheostoma krijgen tijdens hun IC-behandeling.
Hoewel deze patiënten veel zorg vragen, is er nog te weinig bekend over hun optimale zorgproces. Met Nederlandse data, een richtlijn in aanbouw, en studies naar potentiële verbeterstrategieën, zal hij een kader schetsten hoe de komende jaren hun zorg en uitkomst te verbeteren.
In deze presentatie bespreek ik het belang van circadiane ritmes en slaap bij IC-patiënten, en de invloed van de IC-omgeving hierop. Ik laat zien hoe analyse van fysiologische signalen inzicht kan geven in circadiane ritmes en hoe omgevingsfactoren zoals voeding, licht en geluid deze ritmes beïnvloeden. Aan de hand van recente onderzoeksresultaten toon ik patronen en verstoringen in circadiane ritmes en bespreek ik potentiële strategieën om deze te optimaliseren.
Biografie
Floor Hiemstra is PhD-student op de Intensive Care van het LUMC, waar zij onderzoek doet naar circadiane ritmes en slaap bij IC-patiënten. Ze studeerde Technische Geneeskunde aan de TU Delft en richt zich in haar promotieonderzoek op het kwantificeren van circadiane verstoring middels klinische patiëntendata, inclusief hoogfrequente fysiologische metingen, en op het onderzoeken van hoe IC-omgevingsfactoren bijdragen aan deze verstoring.
Behandeling ernstige longembolie anno 2026
Onderwerp: de behandeling van longembolie heeft de afgelopen jaren een vogelvlucht gemaakt: met name is katheterbehandeling geïntroduceerd. De vraag is natuurlijk welke patiënten hier baat bij hebben, hoe die patiënten in het acute moment geselecteerd kunnen worden en hoe een keus gemaakt kan worden tussen de verschillende reperfusiebehandelingen die tegenwoordig beschikbaar zijn.
Biografie:
Erik Klok is hoogleraar Interne Geneeskunde en Internist Vasculaire Geneeskunde in het LUMC. Zijn onderzoek richt zich op betere zorg voor patiënten met veneuze trombose, zowel rondom diagnostiek, acute behandeling als langere termijn uitkomsten.
Biografie
Dr. Marcel van den Broek is ziekenhuisapotheker en klinisch farmacoloog in het St. Antoniusziekenhuis. Daarnaast is hij verbonden als universitair docent Farmaceutische wetenschappen aan de Universiteit Utrecht.
Teaser
In de klinische praktijk kunnen bij patiënten met nierinsufficiëntie die behandeld worden met laagmoleculairgewicht heparines (LMWH’s) de anti-Xa-piekspiegels gemonitord worden waarop dosisaanpassingen kunnen plaatsvinden. Maar hoe stevig is het bewijs achter deze anti-Xa piek-spiegels eigenlijk? En in hoeverre helpt deze monitoring ons werkelijk om therapie veiliger en effectiever te maken? Een kritische verkenning van het beschikbare bewijs rondom LMWH-doseringen en anti-Xa-spiegelbepalingen laat zien dat monitoring van anti-Xa piekspiegels een vals gevoel van controle bieden. Maar hoe kunnen we wél meer controle krijgen over het antitrombotische effect van LMWH’s in deze patiënten?
Titel: De bloedende IC patiënt, eerst meten?
Biografie
Marcella Müller is sinds 2010 werkzaam als intensivist in het Amsterdam UMC, binnen haar klinische werkzaamheden heeft zij een bijzondere interesse voor stollingsstoornissen, inflammatie en hemato-oncologische patiënten op de IC. Ze is opleider, principal educator en coördinerend onderzoeker op gebied van stolling en transfusie bij kritisch zieke patiënten.
Teaser:
Stollingsstoornissen komen frequent voor bij ernstig zieke patiënten, maar hoe groot is nu het daadwerkelijke bloedingsrisico en wat te doen bij bloedingscomplicaties? In deze presentatie wordt ingegaan op de waarde van viscoelastische testen bij kritische zieke patiënten met een verhoogd bloedingsrisico of bloedingscomplicaties.
Tijdens de lunchpauze op vrijdag 6 februari verzorgt de Commissie Passende Zorg op de IC een Lagerhuisdebat. Dylan de Lange treedt op als (neutrale!) voorzitter. Aan de hand van prikkelende stellingen wordt ingegaan op thema’s als behandelgrenzen, beslissen bij prognostische onzekerheid, en de rol van patiënt en poortspecialist bij behandelbeslissingen. Het debat is interactief van opzet en nodigt uit tot actieve deelname.
Walter van den Bergh is neuroloog-intensivist op de cardiovasculaire intensive care van het UMCG, met bijzondere aandacht voor patiënten die worden ondersteund met ECMO. Zijn onderzoeksactiviteiten richten zich op zowel observationeel als interventieonderzoek, waaronder meerdere gerandomiseerde studies in samenwerking met de Dutch ECLS Study Group – het nationale onderzoeksconsortium van ECMO-centra in Nederland. Daarnaast is hij betrokken bij onderzoek naar perioperatieve beroertes na cardiochirurgie.
Teaser
Patiënten met ernstig hart- of longfalen die op de IC worden ondersteund met extracorporale membraanoxygenatie (ECMO) krijgen routinematig hoge doseringen antistolling, meestal heparine, om trombose te voorkomen, terwijl onduidelijk is hoe vaak klinisch relevante stolselvorming werkelijk optreedt. Deze hoge doseringen veroorzaken vaak ernstige bloedingen—de behandeling kan zo meer kwaad dan goed doen. De vraag is of een lagere dosering heparine, of het helemaal achterwege laten van antistolling, de incidentie van ernstige bloedingen verminderd zonder dat het ten koste gaat van een toename van ernstige trombose en mortaliteit?












